Het hart van een hond en een kat lijkt een beetje op dat van de mens. Meestal functioneert het prima, maar het kan soms afwijkend zijn bij de geboorte of ziek worden in de loop van het leven. Bij een aantal honden- en kattenrassen komen erfelijke hartaandoeningen voor die soms al op jonge leeftijd en soms pas veel later problemen geven.

Als een hart niet zo goed functioneert, wordt vaak het uithoudingsvermogen van een dier minder. Soms ontstaat er benauwdheid omdat er vocht opstuwt in de longen. En bij de hond komen soms hoestklachten voor. Als het hart erg ziek wordt zullen er ook flauwtes optreden en neemt de benauwdheid bij geringe inspanning ernstig toe. Ook bij warm weer hebben hartpatiënten meer last.

hartanatomieHoe werkt het hart?
Het hart bestaat uit twee boezems en twee kamers met daartussen hartkleppen. Zuurstofarm bloed dat terugkomt uit het lichaam, gaat via de rechter boezem naar de rechter kamer. Van daaruit wordt het bloed naar de longen gepompt en in de longen van zuurstof voorzien. Dit zuurstofrijke bloed gaat via de linker boezem naar de linker kamer. Via de aorta gaat het dan weer naar de rest van het lichaam.

Hartfalen
Het hart kan door allerlei oorzaken minder goed gaan werken. Zo kan er een vernauwing zijn van de aorta, of een lekkage in de kleppen tussen de boezem en de kamer. Er kan ook een aangeboren lekkage zijn, of een gaatje tussen de linker en de rechter kamer, waardoor het bloed de verkeerde kant op stroomt. Dat zorgt voor overbelasting van de boezems of de kamers die hun bloed niet goed meer kwijt kunnen.

Hoe stellen we de diagnose?
Als het hart niet goed werkt is er soms een bijgeruis hoorbaar. De dierenarts kan dit met de stethoscoop horen als ze naar het hart luistert. Dit is vaak een van de eerste tekenen dat er mogelijk iets aan de hand is. Een andere aanwijzing kan een verminderd uithoudingsvermogen of benauwdheid zijn. En soms is de hartslag onregelmatig of veel te snel.

hartecho2Als een van deze afwijkingen gevonden wordt, is het belangrijk uit te vinden of het hart zelf nog in staat is om goed te blijven functioneren, of dat het geholpen moet worden met medicijnen:
-Als het dier sneller ademt, hoest of benauwd is, kunnen we met behulp van een röntgenfoto kijken of er vocht ophoopt in de longen, of de longen verder geen afwijkingen vertonen en of het hart normaal van grootte is.
-Als het hart een onregelmatig ritme heeft, kunnen we met behulp van een hartfilmpje, een ECG, kijken wat de oorzaak van de ritmestoornis is.
-Ook als het dier nog geen klachten heeft, maar bijvoorbeeld wel een hartruis heeft, willen we graag bekijken of de functie van het hart nog goed genoeg is. Dat doen we met behulp van een echo van het hart. Zo kunnen we in een vroeg stadium hartproblemen vaststellen en het hart ondersteunen.

Behandeling
Afhankelijk van de resultaten van het hartonderzoek besluiten we of behandeling met medicijnen nodig is. Die kunnen het vocht in de longen afdrijven en het hart beter laten pompen. Lees hier meer over in onze nieuwsbrief van oktober 2015.
Voor elke hartpatiënt geldt dat regelmatige controle verstandig is. Als het hartfunctie achteruit gaat, kunnen we tijdens die controles de medicatie bijstellen.